Rechters en jury's in de USA gaan wel eens in de fout.

"Zou de rechtspraak in België fool-proof zijn?"   -> http://rawstory.com/


Justitie (in Nederland) moet eens fouten toegeven.

"Loopt in België alles op rolletjes ?"  -> http://witheet.com/


Laat de feiten een goed verhaal vooral niet in de weg staan...

Ik kreeg mijn opleiding in het Britse rechtssysteem, waar zeer veel belang gehecht wordt aan de feiten: wat kan er materieel bewezen worden? Al vroeg in de geschiedenis werd dit gegeven één van de basiselementen van het Amerikaanse rechtssysteem:

Facts are stubborn things; and whatever may be our wishes, our inclinations, or the dictates of our passion, they cannot alter the state of facts and evidence.

(“Feiten zijn koppige dingen, en ook al zouden we dat anders willen, zijn we anders overtuigd, of krijgen we door onze passie een ander gevoel, ze kunnen de status van de feiten en bewijzen niet veranderen”.)

Later formuleerde Paul KIRK (1902-1970), de Amerikaanse godfather of forensics, het belang van de materiele sporen zeer mooi als volgt:

"Wherever he steps, whatever he touches, whatever he leaves, even unconsciously, will serve as a silent witness against him. Not only his fingerprints or his footprints, but his hair, the fibres from his clothes, the glass he breaks, the tool mark he leaves, the paint he scratches, the blood or semen he deposits or collects. All of these and more, bear mute witness against him. This is evidence that does not forget. It is not confused by the excitement of the moment. It is not absent because human witnesses are. It is factual evidence. Physical evidence cannot be wrong, it cannot perjure itself, it cannot be wholly absent. Only its interpretation can err. Only human failure to find it, study and understand it, can diminish its value."

(“Waar hij ook stapt, wat hij ook aanraakt, wat hij ook achterlaat, zelfs onbewust, het zal allemaal gebruikt worden als stille getuigen tegen hem. Niet alleen zijn vingersporen of voetspoor voetsporen, maar ook zijn haar, vezels van zijn kleren, glasscherven, de gemaakte werktuigsporen, krassen in de verf, bloed of sperma dat hij achterlaat of ontvangt: al die dingen en nog veel meer zijn zwijgende getuigen tegen hem. Dat zijn bewijzen die niet vergeten en niet bezoedeld zijn door de opwinding van het ogenblik.  Ze zijn niet verdwenen afwezig wanneer menselijke getuigen dat wel zijn. Zij vormen het feitenbewijs. Materiële bewijzen kunnen niet fout zijn, ze kunnen zichzelf niet iets voorliegen, ze kunnen nooit helemaal afwezig zijn. Alleen de interpretatie ervan kan fout zijn. Alleen menselijk falen bij het vinden, bestuderen en begrijpen ervan kan hun waarde verminderen.”)

Ik koesterde dan ook de illusie dat, waar ook ter wereld, tastbare, objectieve vaststellingen voor een rechtbank van cruciaal belang zijn. Nu moet ik werken in een rechtsysteem dat gestoeld is op de ‘code Napoleon’. Je zou denken dat dit doordrenkt is met het gedachtegoed van de grote Franse pionier op forensisch gebied, dr. Edmond Locard (1877-1966).  Zijn befaamde stelling luidt:

"Il est impossible au malfaiteur d'agir avec l'intensit que suppose l'action criminelle sans laisser des traces de son passage."

("Het is voor de dader van een misdrijf onmogelijk de feiten te plegen zonder sporen van zijn aanwezigheid op de plaats delict na te laten.")

Uit mijn ervaring met nu toch al meerdere grote en kleinere zaken blijkt dat dit geenszins het geval is. Wat mij wel vrij snel duidelijk werd: voor een verdachte bestaat er niet zoiets als ‘een kleine zaak’.

Tweede vaststelling: voor een (Belgisch) jurist is de cultus van het woord van doorslaggevend belang. Wat er verklaard werd, dat blijkt doorslaggevend. Of dit al dan niet in overeenstemming kan gebracht worden met de feiten, lijkt jammer genoeg van ondergeschikt belang. Junkies, stoned als een garnaal, dronkaards met 2 pro mille in hun bloed…. Zij worden in België op hun woord geloofd, als hun verklaringen tenminste een beetje kunnen ingepast worden in de onderzoeksstrategie van de speurders. Diezelfde speurders verwijten de verdachte(n) dan later wel dan hun verklaringen niet coherent zijn. Honni soit qui mal y pense?

Soms is het ook een beetje pijnlijk. Zo hoorde ik onlangs een parketwoordvoerder in het nieuws verklaren dat de verdachte de test met de ‘leugendetector’ glansrijk doorstond, maar dat dit geen geval betekent dat hij/zij onschuldig is…  Als dergelijke test echter op ‘schuldig’ had gewezen, dan had men vast een heel ander geluid gehoord. Dit terwijl de ‘leugendetector’ niet meer is dan een opgewaardeerde bloeddruk- en hartslagmeter, een duur speeltje voor een bepaald soort speurders. De combinatie van ‘woord’ met ‘meetapparatuur’ blijkt wel een magisch effect te creëren. Pure vaststellingen zonder het element ‘woord’ maken blijkbaar veel minder indruk.  En toch…  Telkens weer blijkt dat de door het parket aangestelde deskundigen wèl kunnen beschikken over het volledige dossier, inclusief foto’s en vaststellingen die door het laboratorium van de federale politie gedaan werden.

Voor mij is dit een materie die slechts na een langdurig gevecht met het parket - en zelfs dan soms slechts gedeeltelijk - kan bekomen worden. Als het parket zo terughoudend is om deze informatie te delen met de andere partijen, is dit dan geen indicatie over het belang ervan? Bestaat er niet zoiets als art. 6 van de EVRM - trouwens door België onderschreven - betreffende de ‘equality of arms’? Als jurist zou ik mij toch behoorlijk boos maken indien een essentieel deel van het dossier mij onthouden werd. Maar ik ben geen jurist en beschouw mijn bijdrage als een onderdeel van de ‘harde’ wetenschappen. Enkel en alleen de feiten die materieel kunnen aangetoond worden zijn voor mij van belang. Dat verklaringen de feiten kunnen bevestigen of tegenspreken is voor mij bijkomstig. Zoals de Bee Gees in vorig millennium al zongen: “It’s only words …”